Premier Rob Jetten en zijn partner Nicolás Keenan verwachten volgend voorjaar een kind via draagmoederschap, maakten zij op 19 oktober bekend. Het nieuws brengt de juridische onduidelijkheid rond draagmoederschap opnieuw in de publieke aandacht, want zonder de nog niet behandelde wetsgeving kan het tot twee jaar duren voordat wensouders ook formeel als ouders gelden.
Jetten en Keenan kozen voor een constructie waarbij een bevriende vrouw als draagmoeder optreedt en een tweede vrouw de eicel doneert. De eicel is via ivf bevrucht en bij de draagmoeder ingebracht. Wie van de twee mannen de biologische vader is, hebben zij niet bekendgemaakt, zo bericht NOS. De zwangerschap zelf is in de eerste plaats een privéaangelegenheid, maar omdat het de premier betreft, raakt het nieuws ook aan een wetsvoorstel dat al sinds 2023 bij de Tweede Kamer ligt: de Wet kind, draagmoederschap en afstamming.
Hoe draagmoederschap juridisch werkt in Nederland
Draagmoederschap is in Nederland niet verboden, maar de wetgever heeft er tot nu toe geen kader voor geschreven. Dat betekent dat wensouders, draagmoeders en donoren vooral afhankelijk zijn van onderlinge afspraken en van bestaand familierecht dat niet op deze situatie is toegesneden.
Een aantal spelregels geldt wel. Een draagmoeder mag geen vergoeding vragen voor het dragen van het kind; een onkostenvergoeding is toegestaan. Bemiddeling is mogelijk, maar niet via een commercieel bureau. In de praktijk zoeken wensouders iemand binnen de familie of vriendenkring, zoals ook Jetten en Keenan hebben gedaan.
Het juridische ouderschap ontstaat niet bij de geboorte. De draagmoeder komt standaard op de geboorteakte, en als zij getrouwd is of een geregistreerde partner heeft, komt ook die partner op de akte. Om het juridische ouderschap over te draven moet vervolgens een reeks stappen worden gezet: de rechter ontkent het vaderschap van de eventuele partner van de draagmoeder, de biologische vader erkent het kind en de tweede wensouder adopteert het daarna. Pas dan verliest de draagmoeder haar juridische ouderschap en krijgen de wensouders de volledige rechten, aldus de analyse van NOS. Dit hele traject kan tot twee jaar in beslag nemen.
Waarom de huidige regeling praktische problemen oplevert
Zolang het juridische ouderschap niet is overgedragen, zijn de feitelijke ouders in hoge mate afhankelijk van de medewerking van de draagmoeder. Dat uit zich in concrete administratieve en medische belemmeringen die de feitelijke verzorgers van het kind geen formele bevoegdheden geven.
Arnoud Breitbarth, voorzitter van de Stichting Meer dan gewenst en zelf vader van een tweeling via draagmoederschap, beschrijft de gevolgen uit eigen ervaring.
Je krijgt in de praktijk te maken met het feit dat je geen bsn-nummer kunt krijgen, geen zorgverzekering kunt afsluiten, dat je het kind niet kunt inschrijven voor de crèche of dat de draagmoeder eerst toestemming moet geven voor vaccinaties.
Ook in het ziekenhuis ontbreekt het ouderlijk gezag en kunnen wensouders geen noodzakelijke medische beslissingen nemen. Breitbarth wijst erop dat die verantwoordelijkheid dan bij de draagmoeder ligt, die daar doorgaans niet op zit te wachten. Daarnaast bestaat er een erfrechtelijk risico: overlijdt de draagmoeder voordat het ouderschap is overgedragen, dan vervalt een kindsdeel van haar erfenis aan het kind, terwijl dat niet haar bedoeling was. Volgens Breitbarth gebeurt dat zelden, maar de gevolgen zijn aanzienlijk.
Wetsvoorstel kind, draagmoederschap en afstamming
Het kabinet wil deze situatie al sinds 2023 veranderen met het wetsvoorstel Wet kind, draagmoederschap en afstamming, dat de Tweede Kamer nog niet heeft behandeld. Het voorstel regelt onder meer dat wensouders vanaf de geboorte het gezag over het kind krijgen, waarmee de huidige juridische leemte wordt opgeheven, zo vat Drimble de voortgang samen.
Breitbarth hoopt dat het nieuws rond de premier de Kamer aanzet tot spoed.
