Nederlandse man vrijgesproken na tien jaar in Belgische seksvideo-zaak
Een 38-jarige Nederlandse man is door een Belgische rechtbank vrijgesproken van het verspreiden van een seksvideo die zonder toestemming zou zijn opgenomen. De uitspraak volgt na een tien jaar durende juridische procedure waarin medische omstandigheden van de verdachte een cruciale rol speelden.
Feiten en aanklacht
De zaak begon toen het vermeende slachtoffer, Fatima, contact legde met de Nederlandse man via een datingsite. Na een ontmoeting kwam het tot seksueel contact, waarbij de vrouw later ontdekte dat de man hun intieme momenten filmde zonder haar medeweten. Maanden later verscheen de video op een pornografische website, wat leidde tot een aangifte bij de Belgische autoriteiten.
Het Belgische Openbaar Ministerie beschouwde de zaak als duidelijk: de Nederlandse verdachte zou schuldig zijn aan het heimelijk opnemen en verspreiden van het materiaal. Uit navraag bij Nederlandse autoriteiten bleek dat de man eerder in verband was gebracht met soortgelijke feiten.
Medische omstandigheden als verweer
De verdediging bracht echter medische documentatie naar voren die de fysieke toestand van de verdachte ten tijde van de beweerde feiten belichtte. Volgens zijn advocaat was de man destijds afhankelijk van krukken voor voortbeweging en leed hij aan ernstige incontinentie, waardoor hij luiers droeg.
Deze medische omstandigheden vormden een cruciaal element in de verdediging. De rechtbank constateerde dat in de verklaringen van het vermeende slachtoffer geen melding werd gemaakt van deze opvallende fysieke beperkingen, die volgens de rechter moeilijk te missen zouden zijn tijdens intiem contact.
Uitspraak en juridische overwegingen
De inconsistenties in de getuigenverklaringen leidden tot redelijke twijfel bij de rechtbank. De rechter achtte het onwaarschijnlijk dat de beschreven fysieke beperkingen onopgemerkt zouden blijven tijdens de beweerde gebeurtenissen. Deze twijfel resulteerde in een vrijspraak van de Nederlandse verdachte.
Gezien de tijdspanne van tien jaar sinds de oorspronkelijke feiten, wordt een hoger beroep door het Belgische Openbaar Ministerie als onwaarschijnlijk beschouwd. De zaak illustreert de complexiteit van grensoverschrijdende juridische procedures en het belang van medische documentatie in strafzaken.