Stichting Spoetnik blijft humanitaire hulp leveren aan Oekraïne
De 75-jarige Beja Kluiters uit Vlaardingen blijft met haar Stichting Spoetnik humanitaire goederen vervoeren naar Oekraïne. De stichting levert maandelijks circa tienduizend kilo aan kleding, meubels en medische hulpmiddelen aan Kyiv en Lubny. Sinds de Russische invasie in 2022 is de behoefte aan hulp onverminderd groot.
Langdurige betrokkenheid sinds 1989
Kluiters reisde in 1989 voor het eerst naar Oekraïne, destijds onderdeel van de Sovjet-Unie. Haar Oekraïense schoonmoeder, die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers werd weggevoerd, sprak met veel liefde over het land. Eenmaal aangekomen werd Kluiters geconfronteerd met aanzienlijke armoede. Na de onafhankelijkheid in 1991 groeide haar eenmansactie uit tot Stichting Spoetnik, die samenwerkt met drie lokale organisaties in Kyiv.
Veranderende behoeften in oorlogstijd
De hulpbehoeften verschuiven voortdurend. Naast kleding en beddengoed zijn schoolmeubilair en aggregaten steeds belangrijker geworden. Door Russische aanvallen is de elektriciteitsvoorziening kwetsbaar. In flatgebouwen zijn aggregaten echter niet toegestaan vanwege uitlaatgassen en brandgevaar. In de winter worden daarom tenten ingericht waar bewoners hun telefoon kunnen opladen en warme dranken krijgen.
Impact en toekomstperspectief
In 34 jaar tijd heeft de stichting meer dan 2,5 miljoen kilo aan goederen vervoerd. Direct na de invasie vertrok dagelijks een vrachtwagen; nu is dat maandelijks. Secretaris Frank de Jong benadrukt dat eerst vrede moet komen, waarna de wederopbouw kan beginnen. Kluiters blijft vooralsnog doorgaan zolang de behoefte bestaat en de financiële middelen toereikend zijn.