Kamer eist veiligheidsgaranties voor Joodse gemeenschap na aanslag Australië
De Tweede Kamer heeft het kabinet opgeroepen tot concrete veiligheidsmaatregelen voor de Nederlandse Joodse gemeenschap, naar aanleiding van de terreuraanslag in Australië die wordt toegeschreven aan de Islamitische Staat.
Tijdens het wekelijkse vragenuur uitten Kamerleden hun bezorgdheid over het veiligheidsgevoel binnen de Joodse gemeenschap. VVD-Kamerlid Ellian constateerde dat het veiligheidsgevoel tot een dieptepunt is gedaald en vroeg demissionair minister Van Oosten van Justitie en Veiligheid om concrete garanties.
Discussie over demonstratierecht
Ellian pleitte voor een einde aan lokale besluiten over demonstraties bij Joodse bijeenkomsten en gebouwen. Als voorbeeld verwees hij naar de demonstratie bij het Concertgebouw tijdens het optreden van de Israëlische voorzanger Shai Abramson. Ondanks een verbod van burgemeester Halsema oordeelde de rechter anders, wat leidde tot een compromis waarbij dertig demonstranten in stilte mochten protesteren.
De afgesproken stilte werd echter niet gerespecteerd, met als gevolg dat de politie 22 personen aanhield wegens verstoring van de openbare orde.
JA21-Kamerlid Nanninga refereerde aan de strijdkreet 'globalize the intifada', die regelmatig wordt gehoord bij pro-Palestijnse demonstraties en volgens haar ook op universiteiten wordt geuit.
Juridische instrumenten en maatregelen
Minister Van Oosten benadrukte dat demonstraties juridisch niet kunnen worden verboden zonder wettelijke grondslag. Hij verwees naar de bestaande wetgeving tegen oproepen tot geweld: Een oproep tot een pogrom keur ik ten enenmale af. Daar hoef ik geen discussie over te voeren.
De minister kondigde aan dat de Wet verheerlijking terrorisme vanaf volgend jaar de mogelijkheid biedt om personen te vervolgen die aanslagen verheerlijken, zoals die van Hamas op 7 oktober 2023.
Van Oosten garandeerde dat er zichtbare en onzichtbare maatregelen worden genomen bij Joodse gebouwen en bijeenkomsten waar nodig.
Internationale samenwerking en dreigingsniveau
BBB-leider Van der Plas vroeg naar de monitoring van potentiële aanslagplegers en pleitte voor een verbod op de Moslimbroederschap, naar aanleiding van internationale waarschuwingen. De minister verwees naar de informatie-uitwisseling tussen geheime diensten en het huidige dreigingsniveau 4.
GL-PvdA en Denk benadrukten dat zij geen direct verband zien tussen pro-Palestijnse demonstraties en toegenomen antisemitisme. Kamerlid Bromet stelde dat kritiek op Israël niet gelijk staat aan antisemitisme.
De Kamer besloot het vragenuur met een moment van stilte voor de slachtoffers van de aanslag in Australië.