Erfelijke kwetsbaarheid voor psychische aandoeningen: feiten en zelfmanagement
Kinderen van ouders met psychische problemen hebben een significant verhoogd risico om zelf een psychische aandoening te ontwikkelen. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat genetische aanleg en omgevingsfactoren samen bepalen hoe groot die kwetsbaarheid is. Vroegtijdige signalering en zelfmanagement kunnen de kans op ontregeling verminderen.
Wat is de rol van genetica bij psychische aandoeningen?
Uit meerdere studies blijkt dat genetische factoren een substantiële rol spelen bij het ontstaan van psychische aandoeningen. Gz-psycholoog en universitair docent aan het Erasmus MC Esther Mesman, verbonden aan Centrum KOPP, bevestigt dit: 'Genen spelen zeker een rol, dat laat studie na studie zien.'
De omgeving waarin iemand opgroeit is echter minstens zo belangrijk. 'Als jij opgroeit met een zieke ouder, levert dat stress op. Misschien lijdt de opvoeding daaronder, misschien ga je emoties wegstoppen en leer je niet erover te praten. Ook dat 'erf' je en is van invloed op hoe vatbaar je bent voor psychische problemen', aldus Mesman.
Hoe ontstaat een psychische kwetsbaarheid?
De combinatie van nature en nurture leidt tot een zogeheten kwetsbaarheid. Mesman legt uit: 'Een stapeling van gebeurtenissen kan maken dat die kwetsbaarheid bloot komt te liggen. Stel: je hebt dat familiaire risico, je bent een slechte prater en je maakt een aantal stressvolle gebeurtenissen mee. Misschien slaap je ook nog slecht of word je zwanger, een biologische verandering waarna we vaker stoornissen zien ontstaan. Een combinatie van zulke factoren kan een vulkaan doen uitbarsten en zorgen dat je over het randje gaat. Bij de een uit zich dat in een depressie, bij de ander in een psychose.'
De aandoening van de ouder is daarbij van invloed, maar niet per se leidend. 'Je hebt ook een verhoogd risico op andere mentale problemen', zegt Mesman.
Wat is het risicovenster voor psychische aandoeningen?
De meeste psychische stoornissen ontstaan in de vroege volwassenheid. Mesman: 'De meeste stoornissen ontstaan in de vroege volwassenheid, wat vaak tussen de 15 en 25 jaar, soms tot 30 jaar, betekent.' Na die periode neemt het risico af, al is de wetenschappelijke verklaring daarvoor nog niet gevonden. Mogelijk speelt stabilisatie van het leven of betere zelfkennis een rol.
Hoe kunnen kinderen van psychisch zieke ouders zelfmanagement toepassen?
Voor kinderen van ouders met psychische aandoeningen is bewustwording van de eigen kwetsbaarheid belangrijk. Mesman adviseert om bij ingrijpende levensgebeurtenissen extra alert te zijn. 'Let op de risico's, zodat je eerder goed voor jezelf kunt zorgen. Vraag jezelf bijvoorbeeld: krop ik mijn emoties op? Heb ik mensen in mijn omgeving met wie ik kan praten? Wat heb ik nodig om goed te blijven slapen?'
Zelfmanagement betekent ook het relativeren van het risico. Bij bipolariteit, een van de sterkst erfelijke aandoeningen, is de kans voor kinderen van een ouder met deze diagnose vijf keer zo hoog. Concreet betekent dit een kans van 10 tot 15 procent, tegenover 1 tot 2 procent in de algemene bevolking. Dat impliceert dat in 85 procent van de gevallen de aandoening zich niet ontwikkelt.
Is het wenselijk om een persoonlijk risicopercentage te kennen?
In de wetenschappelijke wereld wordt gewerkt aan rekentools die, vergelijkbaar met die voor hart- en vaatziekten, een persoonlijk risico op psychische aandoeningen kunnen berekenen. Mesman plaatst daar kanttekeningen bij: 'We weten gewoon echt nog onvoldoende om er goede uitspraken over te kunnen doen. Daarbij wordt er in de psychiatrie steeds vaker de vraag gesteld: willen we wel precies weten welke stoornis zich ontwikkelt, of volstaan we met het inzicht dat er een kwetsbaarheid is om daar vervolgens waakzaam mee om te kunnen gaan?'
Ethische bezwaren spelen eveneens een rol. Zo kan het bekend zijn van een hoog risico stressverhogend werken en mogelijk een selffulfilling prophecy creëren. Ook is onduidelijk hoe verzekeraars en hypotheekverstrekkers met dergelijke informatie zouden omgaan.
Welke rol speelt voorlichting bij het omgaan met erfelijke angst?
Goede voorlichting is essentieel om onterechte ongerustheid te voorkomen. Mesman pleit voor meer bewustzijn over psychische problemen, de erfelijkheid ervan en mogelijke zorgen daarover. 'Het is een illusie om te denken dat we mentale klachten kunnen voorkomen, maar we kunnen wel beïnvloeden hoe ze zich ontwikkelen. En hoe eerder we ze in de gaten hebben, hoe groter de kans dat we ontregeling kunnen vermijden.'
Het uitspreken van angst is volgens haar een belangrijk advies. 'De angst is er toch wel, en het geeft ruimte om het erover te hebben. Soms kan angst je iets vertellen, zoals dat je misschien eens moet laten kijken naar de klachten die je hebt. En soms kan de angst ook wegebben als je meer leert over een aandoening. Kennis, bewustzijn en openheid helpt.'
Hoe kijken kinderen van psychisch zieke ouders naar hun eigen toekomst?
De 27-jarige Chèri, wier moeder al haar hele leven met depressies worstelt, herkent de zorg om erfelijkheid. 'Ik zag ons als dezelfde persoon. En dus dacht ik: als zij deze klachten heeft, zal ik ze ook wel krijgen.' Als tegenreactie probeert ze bewust gevoelens te uiten en tijdig psychologische hulp te zoeken.
Christine (31) kreeg op jongvolwassen leeftijd de diagnose angststoornis. 'Achteraf denk ik dat die angst om te krijgen wat mijn moeder had, heeft bijgedragen aan het ontwikkelen van mijn angststoornis.' Ze relativeert inmiddels: 'Door mijn angststoornis weet ik nu heel goed hoe mijn eigen hoofd werkt. Ik heb geleerd dat mentale aandoeningen niet zwart-wit zijn.'
De ervaringen van deze kinderen tonen aan dat een psychische aandoening van een ouder ingrijpende gevolgen kan hebben, maar dat bewustwording, zelfmanagement en professionele ondersteuning bijdragen aan het behoud van mentale gezondheid. Een psychische stoornis hebben én een mooi leven leiden is mogelijk, zo blijkt uit de praktijk.