Dood en rouw in de publieke ruimte: een gesprek met uitvaartspreker Wendy Tuns
In het publieke debat over zorg en welzijn krijgt het thema rouw geleidelijk meer aandacht. Uitvaartspreker Wendy Tuns uit Flakkee draagt daar actief aan bij. Zij pleit voor een normalisering van de dood in de samenleving en constateert dat de omgang met overlijden de afgelopen decennia fundamenteel is veranderd.
De rol van de uitvaartspreker in het afscheidsproces
Tuns is verantwoordelijk voor het geven van woorden aan verdriet tijdens afscheidsplechtigheden. Haar werk bestaat uit luisteren, schrijven en vertellen, zowel bij uitvaarten als bij huwelijksceremonies. Zij benadrukt dat uitvaarten een bijzondere diepgang kennen. “Daar kom je veel meer tot de kern van de mens”, aldus Tuns. Na honderden diensten blijft zij onder de indruk van het vertrouwen dat nabestaanden haar schenken.
Een veelgestelde vraag aan haar is of zij zelf wel eens huilt. Tuns bevestigt dat zij emotioneel betrokken blijft. “Ik ben ook maar een mens en geen robot. Het verdriet van een ander laat mij niet koud.” Tegelijkertijd beschouwt zij haar werk als een ambacht waarbij zorgvuldigheid centraal staat.
Waarheidsgetrouwheid en gevoeligheid in toespraken
Bij het opstellen van een toespraak streeft Tuns naar een waarheidsgetrouw verhaal waarin nabestaanden zich herkennen. Zij acht het van belang dat zowel positieve als moeilijke aspecten van het leven van de overledene benoemd kunnen worden. “Als het afscheid goed voelt en alles gezegd is wat gezegd moest worden, ontstaat er ruimte om het leven zonder de overledene weer op te pakken.”
In de praktijk vereist dit een zorgvuldige afweging. Tuns geeft het voorbeeld van een overledene met een drankverslaving. Een dergelijk gegeven wordt niet letterlijk vermeld, maar kan wel op genuanceerde wijze worden verwoord. “Op moeilijke momenten bracht drank troost”, is een formulering die volgens haar recht doet aan de werkelijkheid zonder te kwetsen.
De verschuiving van de dood naar de zorginstelling
Tuns constateert dat de dood in de loop der tijd verder van het dagelijks leven is komen af te staan. Vroeger overleden mensen thuis, in aanwezigheid van familieleden. Door de vooruitgang in de gezondheidszorg verschoof dit naar ziekenhuizen en andere zorginstellingen. Daarnaast speelde de kerk voorheen een centrale rol in het bieden van een kader voor overlijden en rouw.
De maatschappelijke nadruk op maakbaarheid en prestatie heeft volgens haar bijgedragen aan een taboe rondom de dood. “Praten over de dood past niet, want iedereen wil vooruit en presteren. Dood betekent juist kwetsbaarheid en eindigheid.”
Toenemende aandacht voor rouw en levenseinde
Desondanks ziet Tuns een kentering. Er is meer aandacht voor gesprekken over de dood, voor wensen rondom het levenseinde en voor de rol van hospices. Zij beschouwt deze ontwikkeling als positief. “Zo krijgen rouw en de dood steeds meer aandacht. Dat vind ik een goede zaak.”
Kinderen en de omgang met verlies
Een specifiek aandachtspunt betreft de betrokkenheid van kinderen bij uitvaarten. Tuns signaleert dat kinderen steeds vaker aanwezig zijn, maar dat dit nog niet vanzelfsprekend is. Zij bekritiseert het gebruik om kinderen te vertellen dat een overledene “slaapt”. “Nee, opa slaapt niet, hij is dood.” Volgens haar getuigt dit van een beschermingsreflex die het verwerkingsproces niet ten goede komt.
Tuns merkt op dat ouders vaak terughoudend zijn, terwijl kinderen zelf wel degelijk behoefte hebben aan betrokkenheid. Zij verwijst naar de paradox dat kinderen via spel regelmatig met de dood in aanraking komen, terwijl een daadwerkelijk afscheid wordt vermeden. Ook noemt zij een incident waarbij een ouder een rouwstoet negatief bejegende. Volgens Tuns was dit een gemiste kans om een kind te leren dat rouw bij het leven hoort.
Doodgewone verhalen als maatschappelijke bijdrage
Tuns bundelde haar ervaringen in het boek Doodgewone verhalen. Zij wil hiermee laten zien dat de wereld van rouw niet uitsluitend verdrietig is en dat veel mensen op inspirerende wijze met verlies omgaan. Haar doel is om de dood bespreekbaar te maken en het taboe te doorbreken. Doodgaan is volgens haar het enige zekere in het leven, en daarom verdient het een vanzelfsprekende plaats in de maatschappelijke dialoog.