Raad van State bevestigt weigering registratie heerlijkheidswapens
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 23 augustus 2026 uitspraak gedaan in een procedure over de registratie van heraldische wapens van de Zeeuwse heerlijkheden Sinoutskerke en Baarsdorp. De hoogste bestuursrechter bevestigde het standpunt van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties dat de aanvraag terecht is geweigerd. De uitspraak bevestigt de beleidslijn uit 2013, die stelt dat wapens alleen nog worden geregistreerd indien zij verbonden zijn aan een publiekrechtelijke taak.
Waar ging de procedure over?
De erfgenamen van de heerlijkheden Sinoutskerke en Baarsdorp, gelegen in de gemeente Borsele, verzochten om officiële registratie van hun heraldische wapen. De minister van Binnenlandse Zaken weigerde dit in 2023 op basis van het beleid dat sinds 2013 van kracht is. Volgens dit beleid registreert de Hoge Raad van Adel uitsluitend wapens van publiekrechtelijke lichamen. De familie Van Huijkelom van de Pas, die de heerlijkheid Baarsdorp vertegenwoordigt, stelde dat het wapen van groot belang is voor de regionale identiteit en de Zeeuwse cultuurhistorie.
De heerlijkheid is recentelijk opgenomen in de inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland. Volgens de familie vormt de wapenregistratie een bevestiging van deze erkenning door de overheid. Dries van Huijkelom van de Pas, jurist en zoon van de ambachtsvrouwe, voerde aan dat het wapen fungeert als een vorm van intellectueel eigendom en merkenrechtelijke bescherming verdient.
Welke argumenten voerde de minister aan?
De minister stelde dat de registratie van familiewapens van heerlijkheden niet langer tot de taak van de overheid behoort. Sinds 2013 worden wapens uitsluitend erkend en geregistreerd wanneer zij verbonden zijn aan een publiekrechtelijke taak. De heerlijkheid Baarsdorp is een privaatrechtelijke rechtsvorm, waardoor de aanvraag buiten het toepassingsbereik van het beleid valt.
De vertegenwoordiger van de minister benadrukte dat de eerdere registraties van wapens van privaatrechtelijke rechtsvormen, waaronder zeven heerlijkheden, strikt genomen onjuiste beslissingen betroffen. De laatste onterechte registratie van een heerlijkheidswapen dateert van 2007. Sindsdien geldt het gewijzigde beleid, dat door de rechtbank Oost-Brabant in een eerdere procedure werd bevestigd.
Hoe oordeelde de Raad van State?
De Raad van State oordeelde dat de heerlijkheden met de grondwetswijziging van 1848 hun publiekrechtelijke status hebben verloren. Uit een Koninklijk Besluit van 1919 volgt dat de minister uitsluitend bevoegd is wapens ter bevestiging voor te dragen voor zover deze afkomstig zijn van publiekrechtelijke lichamen of instellingen. Aangezien de heerlijkheid Baarsdorp niet als zodanig kan worden aangemerkt, is de weigering van de minister rechtmatig.
De Afdeling bestuursrechtspraak achtte de argumenten van de familie grotendeels gelijk aan die in de eerdere procedure bij de rechtbank Oost-Brabant. De uitspraak is daarmee in lijn met de bestaande jurisprudentie over de registratie van heerlijkheidswapens.
Wat betekent deze uitspraak voor de praktijk?
De uitspraak bevestigt de terughoudende opstelling van de overheid ten aanzien van de registratie van heraldische symbolen van privaatrechtelijke rechtsvormen. Voor heerlijkheden en andere historische entiteiten betekent dit dat een beroep op de overheid voor wapenregistratie niet langer tot de mogelijkheden behoort. De bescherming van dergelijke symbolen zal via andere wegen moeten plaatsvinden, bijvoorbeeld via het merkenrecht of andere vormen van intellectueel eigendom.
De uitspraak van de Raad van State is definitief en laat geen ruimte voor hoger beroep. De zaak biedt daarmee duidelijkheid over de interpretatie van de beleidsregels uit 2013 en de reikwijdte van de bevoegdheid van de minister op dit terrein.