Landelijk onderzoek donorconceptie van start: verwachting van meer misstanden
Het eerste grootschalige landelijke onderzoek naar de geschiedenis van donorconceptie in Nederland gaat naar verwachting halverwege 2027 van start. DNA-databankbeheerder Fiom en belangenorganisatie Priamos voor zaaddonoren rekenen erop dat hierbij meer misstanden aan het licht zullen komen dan tot nu toe bekend zijn. Deze verwachting is gebaseerd op de reeks incidenten die de afgelopen jaren rondom donorconceptie is vastgesteld.
Bij donorconceptie wordt een kind verwekt met zaad, een eicel of een embryo van een donor. De afgelopen jaren zijn meerdere gevallen bekend geworden waarin gynaecologen zonder medeweten van wensouders hun eigen sperma gebruikten. Zo bleek begin dit jaar dat oud-gynaecoloog Alexander Schmoutziguer dit in de jaren zeventig en tachtig deed in het Arnhemse Elisabeths Gasthuis, waarmee hij minimaal zestien kinderen verwekte.
Daarnaast is vastgesteld dat klinieken vaker gebruikmaakten van bepaalde donoren dan de toenmalige richtlijnen toestonden. In Nederland zijn momenteel ongeveer 85 donoren bekend met meer dan 25 kinderen, de zogenoemde massadonoren. Sommige massadonoren verwekten bewust via verschillende routes grote aantallen kinderen, zoals massadonor Simon die 199 kinderen claimt en zowel via klinieken als buiten klinieken om doneerde.
Verwachting van meer misstanden bij Fiom en Priamos
Fiom-woordvoerder Jelmer Soes stelt dat het haast onmogelijk is dat er geen verdere misstanden boven tafel komen. “Wij kunnen ons bij Fiom niet voorstellen dat er niet meer mensen zijn zoals massadonor Simon.” Ook Priamos houdt rekening met aanvullende gevallen, aldus woordvoerder Michiel Aten: “Zoals bijvoorbeeld andere gynaecologen die hun eigen sperma gebruikten voor inseminatie, of dat de afhandeling van problemen slecht werd uitgevoerd door klinieken.”
Onderzoek naar systeemfalen in plaats van individuele schuld
Minister Sophie Hermans van Volksgezondheid kondigde het onderzoek eind september aan. Het doel is om inzichtelijk te maken hoe misstanden konden ontstaan en welke rol het systeem daarbij speelde. Het onderzoek is nadrukkelijk niet gericht op het aanwijzen van individuele schuldigen.
Adriejan van Veen, zelf donorkind van oud-gynaecoloog Jan Wildschut, doet aan de Radboud Universiteit onderzoek naar de geschiedenis van misstanden rond donorconceptie. Hij pleitte eerder samen met belangenorganisaties voor dit onderzoek. Van Veen onderschrijft de systeemgerichte benadering: “Als je niet focust op de rotte appels, dan zet je het systeem centraal. Dat is precies wat er nu moet gebeuren.”
Tegelijkertijd waarschuwt Van Veen voor een te brede opzet. Het onderzoek moet volgens hem niet zo breed worden dat onduidelijk blijft wie op welk moment waarvoor verantwoordelijk was. Juist die verantwoordelijkheidsverdeling moet ook worden uitgezocht.
Rol van getroffenen en definitie van misstanden
Van Veen pleit ervoor dat getroffenen een centralere plek krijgen in het onderzoek. “Alleen erkenning is niet genoeg”, stelt hij. Volgens hem moet ook worden onderzocht welke gevolgen de geschiedenis op hen heeft gehad en welke ondersteuning zij nodig hebben.
Een belangrijke vraag in het onderzoek wordt wat precies als misstand geldt. Sommige praktijken werden destijds al afgekeurd, andere lagen ingewikkelder. Anonieme spermadonatie was tot 2004 de norm. Van Veen voorziet dat onderzoekers hier nog een lastige opgave aan hebben: “En dat is eigenlijk met elk historisch onderzoek naar misstanden. Dan kom je altijd op een gegeven moment voor de vraag: wat voor normen hanteer je daarbij?”
Uitvoering en planning van het onderzoek
De onderzoeksgroep wordt samengesteld door onderzoeksinstituten ZonMw en NWO. Wie het onderzoek precies gaat uitvoeren, is nog niet bekend. Priamos rekent erop benaderd te worden: “Meerdere van onze leden zijn slachtoffer van overschrijdingen. We kunnen onze kijk op misstanden delen.”
De verwachting is dat het onderzoek halverwege 2027 begint.