Laatste dagboekdeel J.J. Voskuil verschenen bij 100e geboortedag
Op 1 juli 2026, de honderdste geboortedag van J.J. Voskuil (1926-2008), is het zevende en laatste deel van zijn dagboekreeks verschenen. Het omvangrijkste deel tot nu toe, met circa duizend pagina's tekst, beslaat de periode vanaf 1 juli 1987 en biedt vooral inzicht in de huwelijksdynamiek tussen de auteur en zijn echtgenote Lousje. De publicatie roept echter de vraag op naar de volledigheid van het egodocument.
Wat staat er in het zevende en laatste dagboekdeel?
Het deel opent op Voskuils eenenzestigste verjaardag, een dag na zijn vervroegd afscheid van het P.J. Meertens Instituut, waar hij dertig jaar aan verbonden was. Uit een verklarende noot blijkt dat hij, in tegenstelling tot wat zijn direct leidinggevende beoogde, geen koninklijke onderscheiding heeft ontvangen. Zijn vrouw Lousje had daarover een beslissende mededeling gedaan aan de betreffende instanties.
Voskuil benadrukt in zijn notities dat het bijhouden van een dagboek voor hem in de eerste plaats zelfonderzoek inhoudt. De dagboekschrijver dient, aldus Voskuil, te staan voor wie hij is en zichzelf te beschouwen als een vreemde. Desalniettemin leest dit slotdeel bovenal als een portret van een huwelijk dat onder aanzienlijke spanning staat.
Hoe verhoudt het echtpaar zich na Voskuils pensionering?
Na zijn pensionering rapporteert Voskuil een gevoel van bevrijding. De nieuwe huishoudelijke constellatie in de woning aan de Amsterdamse Herengracht leidt echter tot aanhoudende frictie. De dagboektekst documenteert herhaalde conflicten over alledaagse aangelegenheden, die dagen kunnen voortduren. Voskuil noteert in dit deel ook een incident van fysiek geweld van beiderzijden. Zijn primaire drijfveer om de situatie op te schrijven is, naar eigen zeggen, om met de gebeurtenissen in het reine te komen.
Lousje uit herhaaldelijk haar frustratie over de prioriteit die Voskuil aan zijn dagboek geeft boven hun relatie. De wederzijdse afhankelijkheid blijft evenwel evident. Vriendin Frida Vogels noteert na een voorleesavond in haar eigen dagboek dat Lousje weliswaar als een onmogelijk persoon wordt afgebeeld, maar dat de uiteindelijke essentie die van een hechte band en een gedeeld leven is.
Welke lacunes vertoont dit afsluitende deel?
De meest opvallende omissie betreft de persoon X, met wie Voskuil van 1983 tot zijn overlijden in 2008 een liefdesrelatie onderhield. In dit deel komt X nauwelijks ter sprake. De bezorgers suggereren dat Voskuil notities over haar mogelijk buiten het bereik van zijn echtgenote wilde houden, hetgeen zou kunnen verklaren waarom deze passages ontbreken. Volgens de bezorgers zijn met zekerheid veertien schriften door Voskuil vernietigd.
Daarnaast stopt het dagboek al in 1989, waardoor het megasucces van de romancyclus Het Bureau, dat verscheen tussen 1996 en 2000, en de daaropvolgende publieke aandacht onbelicht blijven. Deze omissies roepen de vraag op naar de mate van volledigheid die het genre van het egodocument claimt, zeker gegeven Voskuils eerdere kritiek op de cryptische aard van Virginia Woolfs dagboeken, die hij toeschreef aan angst om al te persoonlijk te worden.
Hoe hebben de bezorgers hun taak vervuld?
De bezorgers hebben de tekst opnieuw zorgvuldig geannoteerd. Nuttig is de verwijzing naar passages die ook in Het Bureau voorkomen, evenals de aanduiding van verschillen tussen de geschreven dagboektekst en de door Voskuil zelf uitgetikte versie. Wel is de annotatie bij horecagelegenheden en andere marginale zaken zodanig uitgebreid dat dit ten koste gaat van de relevantie voor de lezer.
Daarnaast hebben de bezorgers bij controversiële passages adequaat ingegrepen. Toen Lousje Voskuil de opmerking maakte dat mensen als Hanny Michaelis de gaskamers hadden gebouwd, wezen de bezorgers erin een noot op dat beide ouders van Michaelis in Sobibor zijn vermoord. Dergelijke ingrepen zijn essentieel voor de contextualisering van de tekst.
Is een biografie van J.J. Voskuil wenselijk?
De omissies in dit afsluitende deel leiden onvermijdelijk tot de vraag of een biografie van Voskuil een zinvolle aanvulling zou zijn. Dit ondanks het feit dat Voskuil naar schatting minstens twaalfduizend pagina's autobiografisch proza heeft gepubliceerd. Juist de selectiviteit die uit deze dagboeken blijkt, rechtvaardigt een onafhankelijke, op bronnenonderzoek gebaseerde biografische benadering die de blinde vlekken in het egodocument kan adresseren.
Wie was J.J. Voskuil?
Johannes Jacobus Voskuil (1926-2008) was een Nederlandse schrijver en taalkundige. Hij was dertig jaar verbonden aan het P.J. Meertens Instituut in Amsterdam. Zijn zevendelige romancyclus Het Bureau, verschenen tussen 1996 en 2000, geldt als een van de belangrijkste werken in de Nederlandse literatuur van de late twintigste eeuw. De parallel lopende dagboekreeks, waarvan nu het zevende en laatste deel is verschenen, biedt een aanvullend perspectief op zijn leven en werk.
Waarom ontbreekt de relatie met X in dit dagboekdeel?
De afwezigheid van notities over X kan verklaard worden vanuit Voskuils wens om deze relatie buiten het bereik van zijn echtgenote te houden, ook postuum. De bezorgers bevestigen dat Voskuil zeker veertien schriften heeft vernietigd. Het is niet uitgesloten dat aanvullende documentatie alsnog zal opduiken.