Erfgoed en volkshuisvesting: Gaudí's impact op Barcelona
Barcelona viert dit jaar het Gaudí-jaar en is door de UNESCO aangemerkt als World Capital of Architecture. De voltooiing van de centrale toren van de Sagrada Família, die op 10 juni door de paus wordt ingezegend, markeert het honderdste sterfjaar van de architect. De manifestatie roept echter de vraag op hoe het gedachtegoed van Antoni Gaudí vandaag de dag bijdraagt aan de stedelijke ontwikkeling en het erfgoedbeleid van de stad.
Toeristische regulering en publieke ruimte
Vorig jaar trok de Sagrada Família 4,9 miljoen betalende bezoekers. Yolanda Ortega Sanz, projectmanager van het architectuurjaar, wijst op de spanningsverhouding tussen toeristische exploitatie en leefbaarheid. De voltooiing van de basiliek is voor haar niet de belangrijkste prioriteit. Bewoners ervaren overlast doordat toeristen publieke ruimtes overnemen. Park Güell, oorspronkelijk een openbaar park, is sinds 2013 alleen nog met een entreebewijs toegankelijk. Deze maatregel was noodzakelijk om aantasting van de markante muren met trencadis, een Catalaanse mozaïektechniek, te voorkomen. Het illustreert de noodzaak van regulering bij intensief gebruik van monumenten.
Erfgoedbeheer en restauratie in Casa Vicens
Het beleid rond erfgoedbeheer blijkt ook uit de restauratie van Casa Vicens. Dit in 1885 voltooide eerste grote werk van Gaudí fungeert als een vroeg manifest van het Modernisme Català. Museumdirecteur Emili Masferrer benadrukt dat de 31-jarige Gaudí hier innovaties voor het binnenklimaat en prefabtechnieken combineerde met traditionele ambachten. Opvolgende eigenaren brachten wijzigingen aan in het pand en de oorspronkelijke inrichting raakte versnipperd. Na aankoop door een particuliere stichting in 2014 volgde een zorgvuldige restauratie. Het gebouw is sinds 2017 als museumwoning toegankelijk voor publiek en geconserveerd voor de toekomst.
Volkshuisvesting en betaalbaarheid in Walden 7
De invloed van Gaudí strekt zich uit tot de volkshuisvesting. Postmoderne architect Ricardo Bofill vertaalde Gaudí's afwijzing van repetitieve bouw en zijn experimenteerdrift naar een grootschaliger project. In 1975 realiseerde hij in de buitenwijk Sant Just Desvern het appartementencomplex Walden 7. Met gewapend beton en kleurige tegels creëerde Bofill 460 koopappartementen in een asymmetrische structuur met binnenhoven. Het complex functioneert als een zelfvoorzienende gemeenschap met collectieve voorzieningen.
Cruciaal is de betaalbaarheid. Dankzij strikte regelgeving rond bewoning en verkoop zijn de woningen bereikbaar gebleven. Een maisonnette van 100 vierkante meter is momenteel verkrijgbaar voor 350.000 euro. Dit toont hoe innovatieve architectuur gecombineerd kan worden met sociaal woonbeleid, een principe dat aansluit bij de idealen van de verzorgingsstaat.
Herbestemming van het Corberó-complex
Aan de rand van Barcelona, in Esplugues de Llobregat, ligt het voormalige atelier en wooncomplex van beeldhouwer Xavier Corberó. Dit labyrintische complex van 6.000 vierkante meter raakte na zijn overlijden in 2017 in verval. Buitenlandse projectontwikkelaars toonden interesse voor sloop en nieuwbouw. De gemeente Barcelona heeft echter, in overleg met de erfgenamen, gekozen voor behoud en herbestemming.
Het complex is verkocht aan architectenbureau Mesura, dat het pand in samenwerking met kunstgalerie Vasco gaat verbouwen tot een cultureel centrum met werkplaatsen voor lokale kunstenaars. Volgens architect Carlos Dimas wordt het geen statisch museum, maar een levende stedelijke ruimte waar nieuwe kunst en architectuur kan ontstaan. Deelnemer Ana Badia ziet in deze beslissing een weerslag van het actieve erfgoedbeleid dat Barcelona voert, een beleid dat deels is ingegeven door de historische zorg rond de gebouwen van Gaudí.