Rechter buigt zich over bewijslast in cold case Zutphen
Het gerechtshof buigt zich over de bewijsvoering in de zaak rondom de vermissing van de 31-jarige Duncan Zwakke uit Zutphen in 1989. Het Openbaar Ministerie (OM) eist in hoger beroep twaalf jaar cel tegen de 64-jarige verdachte. De rechtbank sprak de man eerder vrij wegens onvoldoende bewijs, waarna het OM in hoger beroep ging.
Administratieve aanwijzingen en bewijsconstructie
Een centraal element in de bewijsvoering van het OM is de bestelling van een vleesmolen op 17 oktober 1989, de dag van de vermissing. De verdachte bestelde dit apparaat bij een leverancier en informeerde naar de verwerking van botten. Daarnaast werd op dezelfde datum een kluis besteld. Het OM stelt dat deze administratieve handelingen, in combinatie met het inkorten van een keldertrap in het restaurant van de ouders van de verdachte, een samenhangend patroon vormen.
Deze specifieke details komen overeen met de verklaring van een Britse getuige. Deze man stelt dat de verdachte hem heeft geïnformeerd over de wijze van lijkverwerking. Het OM argumenteert dat de getuige deze informatie niet uit andere bronnen kon putten, wat de betrouwbaarheid van de verklaring zou ondersteunen. De advocaat-generaal stelt dat de samenloop van de feiten wijst op een systematische afdekking van een misdrijf in de afgesloten kelder van het restaurant.
Contradictoire verklaringen en juridische toetsing
De verdediging, geleid door advocaat Mariska Bischop, kwalificeert de verklaring van de Britse getuige als een fabricage. Volgens de raadsvrouw heeft de getuige in samenspraak met een kennis van de verdachte een verhaal geconstrueerd bij de politie. De verdachte zelf ontkent elke betrokkenheid. Hij stelt dat de vleesmolen bestemd was voor Zwakke, mogelijk voor het versnijden van cocaïne, en dat hij het apparaat op de vermissingsdag aan hem heeft overgedragen. Het apparaat is bij doorlichtingen nooit aangetroffen.
In eerste aanleg oordeelde de rechtbank dat het bewijs ontoereikend was voor een veroordeling. De verdachte weigerde jarenlang om uitleg te geven over zijn verblijfplaats op de nacht van de vermissing, uit vrees voor confrontaties. Zijn eerdere betrokkenheid bij de drugshandel en de exploitatie van een coffeeshop vormen de context van zijn relatie met het slachtoffer.
Roep om waarheidsvinding en juridische zekerheid
De familie van Zwakke pleit voor een grondige waarheidsvinding in het juridische proces. Een familielid benadrukte de maatschappelijke impact van een eventuele vrijspraak voor de nabestaanden, die al 36 jaar in onzekerheid verkeren over het lot van de verdwenen Zutphenaar. De uitspraak van het hof wordt op een later moment verwacht.