Limburgse haltes groeien ondanks landelijke afname van busstopplaatsen
Het aantal bushaltes in Nederland is de afgelopen zes jaar met 1100 afgenomen, maar Limburg vormt een uitzondering op deze trend. Tussen 2020 en september 2026 steeg het aantal actieve haltes in de provincie van 2872 naar 3025, een toename van 5,3 procent (153 stopplaatsen). Dat blijkt uit een ANP-analyse van haltedata van het Samenwerkingsverband van decentrale ov-autoriteiten (DOVA).
Wat zegt het aantal haltes over de kwaliteit van het ov-netwerk?
Volgens woordvoerder Stefan Claessens van vervoerder Arriva zegt het aantal bushaltes op zichzelf weinig over de kwaliteit van de dienstregeling. Meer haltes betekenen niet automatisch beter openbaar vervoer, net zoals minder haltes niet per se een verslechtering zijn. “De kwaliteit van een ov-netwerk wordt bepaald door de totale bereikbaarheid: de combinatie van reistijd, frequentie, betrouwbaarheid, overstapmogelijkheden en de omvang van het gebied dat bereikbaar is”, aldus Claessens.
De lichte stijging in Limburg hangt vooral samen met aanpassingen in de dienstregeling. “Door slimme routewijzigingen kunnen we met hetzelfde materieel en dezelfde personele inzet meer bestemmingen bereikbaar maken”, legt Claessens uit. Ook in de nieuwe dienstregeling voor 2027 worden nieuwe verbindingen en haltevoorzieningen toegevoegd.
Waarom verdwijnen er landelijk steeds meer bushaltes?
Het verdwijnen van bushaltes, met name in het noorden van het land en in landelijk gebied, leidt tot verschraling van het ov-aanbod. Reizigers moeten daardoor verder lopen om bij een halte te komen. Paul van de Coevering, lector mobiliteit en stedelijke ontwikkeling aan Breda University of Applied Sciences (BUas), stelt dat deze ontwikkeling al langer gaande is. Vanwege bezuinigingen worden buslijnen steeds efficiënter ingericht. “Lijnen worden steeds vaker gestrekt. De bus rijdt dan niet meer door een klein dorp, maar erlangs”, zegt Van de Coevering. Het openbaar vervoer wordt hierdoor minder inclusief; mensen zijn afhankelijker van de fiets of auto.
Welke provincies en gemeenten kennen de grootste verschillen?
Vooral in Drenthe en Groningen nam het aanbod af: beide provincies verloren sinds 2020 meer dan 13 procent van hun haltes. Flevoland en Overijssel zijn naast Limburg de enige provincies waar het aantal haltes toenam. Ook tussen gemeenten zijn de verschillen groot. In acht Limburgse gemeenten staan minder actieve bushaltes dan zes jaar geleden, al gaat het in de meeste gevallen om een klein aantal. Landgraaf schrapte de meeste stopplaatsen (zes), terwijl Maastricht er 48 bij kreeg en Venlo 33. Opvallend is Mook en Middelaar, waar het aantal haltes in zes jaar tijd verdubbelde van 18 naar 39.
Hoe wordt het dekkingsgebied van het ov in Limburg vergroot?
Om het dekkingsgebied te vergroten, werkt Arriva met Vlinder, de verzamelnaam voor de bus op afroep en de belbus. Reizigers moeten de bus minimaal een uur van tevoren reserveren. Het aantal haltes dat uitsluitend door de Vlinder wordt bediend, is in Limburg beperkt, omdat de dienst vooral als aanvulling op het bestaande netwerk wordt ingezet. “In sommige gevallen vervangt de Vlinder een reguliere lijn tijdens rustige uren, bijvoorbeeld in de avond”, legt Claessens uit, zoals in de regio Sittard.
Dit jaar zijn er in Limburg 14 haltes die uitsluitend door de Vlinder worden bediend, allemaal in de regio Venray. Volgend jaar wordt dat aantal uitgebreid naar 25 haltes, in Venray en Venlo. “Het gaat grotendeels om locaties die momenteel niet door regulier openbaar vervoer worden bediend”, aldus Arriva.
Wat is de stand van zaken rond elektrische bussen in Limburg?
Een steeds groter deel van de lijnbussen rijdt volledig elektrisch. Komend jaar worden 48 nieuwe elektrische lijnbussen en 10 kleine elektrische voertuigen toegevoegd. Daarmee komt het aantal elektrische bussen in Limburg op 149, grofweg 70 procent van de totale vloot.