De bosbranden die Indonesië de afgelopen maanden teisteren, zijn volgens econoom en milieuhistoricus Pim de Zwart nauw verbonden met de historische ontbossing die onder Nederlands koloniaal bestuur plaatsvond. In een opiniestuk in de Volkskrant van 28 oktober 2026 stelt de onderzoeker dat Nederland zijn verantwoordelijkheid moet erkennen en moet bijdragen aan het beperken van het verlies aan biodiversiteit.
Sinds de zomer is in Indonesië circa 2 miljoen hectare bos verloren gegaan, een gebied groter dan Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel en Gelderland samen. Vorig jaar troffen overstromingen en landverschuivingen grote delen van Sumatra, met meer dan duizend doden tot gevolg. De Zwart, verbonden aan de Universiteit Wageningen en het Centre for Economic Policy Research in Londen, schrijft deze rampen toe aan een langdurig ontbossingsproces met diepe wortels in het kolonialisme.
COP17 in Jerevan
De branden uit zichzelf uit op het moment dat in Jerevan, de hoofdstad van Armenië, de zeventiende biodiversiteitsconferentie van start is gegaan. Afgevaardigden uit 195 landen en de Europese Unie onderhandelen daar over betere bescherming van ecosystemen. Eerdere conferenties konden de trend van tropische ontbossing niet keren; sinds het begin van deze eeuw is die alleen maar verder toegenomen.
De onderzoeker voorziet dat de tegenstrijdige belangen tussen het mondiale Noorden en Zuiden opnieuw een obstakel vormen. Die tegenstellingen volgen volgens hem uit een lange geschiedenis van kolonialisme en de opbouw van een mondiaal economisch systeem waarin landen in het Zuiden zijn gespecialiseerd in landintensieve sectoren als landbouw en mijnbouw, terwijl het Noorden zich richtte op kapitaalintensieve industrie. Voor landen in het Zuiden is het daardoor veel ingewikkelder om ontbossing te stoppen zonder economische schade.
De nieuwe Europese ontbossingsverordening (EUDR), die op 30 december 2026 in werking treedt, zal volgens De Zwart producenten van onder meer palmolie, soja en rundvlees onder druk zetten zonder financiële compensatie. Dat versterkt de spanning rond de onderhandelingen in Jerevan.
Nederlandse rol in historische uitstoot
Het onderzoek naar de Nederlandse rol in slavernij is de afgelopen jaren fors toegenomen, maar de kennis over de rol van Nederland in de degradatie van ecosystemen en de historische CO2-uitstoot door koloniale ontbossing blijft beperkt. Modelmatige reconstructies van historisch landgebruik uit 2023 laten volgens De Zwart zien dat de cumulatieve uitstoot van Europese kolonisators sterk toeneemt wanneer de emissies in de koloniën worden meegeteld. De uitstoot van Groot-Brittannië verdubbelt dan, die van Nederland verdrievoudigt. Nederland voert per hoofd van de bevolking zelfs de lijst van cumulatieve CO2-uitstoot aan.
De koloniale ingrepen in de Indonesische natuur waren ingrijpend. Java werd al grotendeels ontbost tijdens het Cultuurstelsel in de negentiende eeuw. De ontbossing op Sumatra, Kalimantan en de andere eilanden werd vooral mogelijk gemaakt door de Domeinverklaring van 1870, waarbij de koloniale overheid zich eigenaar maakte van al het land waarvoor de lokale bevolking geen eigendomsbewijs kon overleggen. In de praktijk kwam dat neer op vrijwel het hele tropische regenwoud. Meer achtergrond over het Nederlandse koloniale rijk is te vinden in historische overzichten.
De principes van die verklaring zijn volgens De Zwart tot op heden van kracht in onafhankelijk Indonesië. Dat leidt nog steeds tot landconflicten, ontbossing en mogelijk ook tot beperkte effectiviteit van hedendaags natuurbeheer.
Maatschappelijke onrust in Indonesië
De branden hebben in Indonesië zelf tot grootschalige protesten geleid. Demonstranten eisen dat de regering de noodtoestand afkondigt en de bosbranden als nationale ramp bestempelt, schrijft Drimble. Volgens Sargasso vragen studenten in Jakarta onder meer om bedrijven die verantwoordelijk zijn voor milieuschade te bestraffen. Volgens de NOS dreigen bovendien prehistorische grotschilderingen door hitte en rook sneller te vervallen.
Volgens berichtgeving van Ronnydeschepper worden nationale parken en beschermde Unesco-gebieden, leefgebied van orang-oetans en Sumatraanse tijgers, deels aangesneden voor palmolielaanplantingen. Greenpeace Indonesië ziet daarin een aanwijzing dat de overheid niet bereid is ontbossing op publieke gronden te stoppen.
Erkenning en vergoeding
Erkenning van de impact van Europees kolonialisme op milieudegradatie is volgens De Zwart nodig om de partijen in Jerevan en op toekomstige conferenties nader tot elkaar te brengen. Nederland en andere West-Europese landen dragen volgens hem een grote verantwoordelijkheid voor historische milieuschade én voor de sociaaleconomische structuren en wetten die ontbossing veroorzaakten en grotendeels voortbestaan.
Die erkenning kan niet uitsluitend berusten op modelmatige schattingen, maar vereist robuuste historische gegevens en onderzoek. Die data moeten worden gecombineerd met nieuwe methoden om natuurlijk kapitaal te berekenen, de cumulatieve waarde van alle ecosysteemfuncties, om de koloniale ecologische schade daadwerkelijk te kunnen becijferen.
De Zwart wijst erop dat dit niet alleen gaat om het vereffenen van een historische schuld, maar ook om de effectieve bestrijding van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies. Hij pleit ervoor dat Nederland, net als bij de excuses voor de slavernij, een voorloperrol op zich neemt.
Veelgestelde vragen
Hoeveel bos is er recentelijk in Indonesië verloren gegaan?
In de afgelopen maanden is circa 2 miljoen hectare bos verloren gegaan, een oppervlakte groter dan de vijf noordelijke en oostelijke provincies van Nederland samen.
Welke rol speelde de Domeinverklaring van 1870?
Deze koloniale verklaring maakte de overheid eigenaar van al het land zonder eigendomsbewijs, in de praktijk vrijwel het hele tropische regenwoud. De belangrijkste principes ervan zijn volgens De Zwart nog altijd van kracht.
Wat verandert er door de Europese ontbossingsverordening?
De EUDR treedt op 30 december 2026 in werking en zet producenten van onder meer palmolie, soja en rundvlees onder druk om te stoppen met ontbossing, zonder dat daar financiële compensatie tegenover staat.
